Mijn moeder woont alleen in Maasniel en ik woon tweeënhalf uur verderop

Inhoudsopgave:

“Ik heb gewoon het licht aangelaten, jongen, dan zie ik de trap.” Dat zei mijn moeder in september aan de telefoon, alsof het de normaalste oplossing van de wereld was. Ze had ’s nachts op weg naar de badkamer haar teen gestoten tegen de deurpost en was bijna gevallen. Sindsdien brandt de overloop de hele nacht.

Ze is sinds de dood van mijn vader alleen in het huis in Maasniel blijven wonen. Een gewone tussenwoning, trap recht omhoog, slaapkamer voor, badkamer achter. Ik woon in Zwolle, mijn zus in Antwerpen. We bellen veel, we komen om de paar weken, maar we staan er niet als het om drie uur ’s nachts misgaat. Dat besef kwam bij mij eigenlijk pas echt binnen met die teen.

Lijstjes maken vanaf de bank

Ik ben op een avond met een notitieblok gaan zitten en heb het huis in mijn hoofd doorgelopen. De rookmelder in de gang beneden, die mijn vader ooit had opgehangen, piepte al maanden af en toe. Boven hing er geen. De lichtschakelaars zijn van die kleine ouderwetse knopjes die mijn moeder met haar stijve vingers lastig vindt, vooral in het donker. En dan dus die gang naar de badkamer.

Mijn eerste ingeving was alles zelf regelen bij een volgend bezoek. Een paar lampjes met een sensor uit de bouwmarkt, nieuwe batterijen in de melder. Mijn zus vond dat niet genoeg. “Zoek nou gewoon een elektricien Roermond, dan doet iemand het in één keer goed,” appte ze die avond, en ze had gelijk. Wat ik wilde was iets dat werkt zonder dat mijn moeder eraan hoeft te denken, en zonder dat ik elke keer met de trapleer in haar gang sta.

Eerst bellen, dan pas boren

Via internet heb ik een elektricien Roermond gevonden en eerst met hem gebeld, zonder mijn moeder. Ik wilde weten wat zinnig was en wat overdreven. Hij stelde vooral vragen over haar: of ze slecht hoort, welke kant ze uit bed stapt, of ze ’s nachts een bril draagt. Daar had ik zelf niet aan gedacht.

Op een donderdagochtend begin oktober was ik er zelf bij. Het regende, de Roer stond hoog en mijn moeder had vlaai gehaald, zoals altijd als er iemand komt. Hij hing op elke verdieping een rookmelder en koppelde ze aan elkaar, zodat ze alle drie afgaan als er ergens rook is. Mijn moeder slaapt met de deur dicht en hoort het slecht als het beneden piept. Nu hoort ze het boven haar hoofd.

Licht dat vanzelf aangaat

In de overloop en in de badkamer kwam oriëntatieverlichting laag bij de vloer, met een bewegingssensor. Zachtwit, niet fel genoeg om haar wakker te maken, wel genoeg om de drempel te zien. De grote lamp hoeft ’s nachts niet meer aan. De schakelaars in gang, slaapkamer en badkamer zijn vervangen door brede wipschakelaars met een klein verlicht puntje, zodat ze ze in het donker vindt. Ze drukt er nu met haar handpalm op.

Hij nam de tijd om haar alles uit te leggen, op haar tempo, aan de keukentafel met een stuk vlaai erbij. Ze stelde haar vragen aan hem en niet aan mij, en dat vond ik eerlijk gezegd prettig om te zien. Het is haar huis.

Een week later aan de telefoon

Ik vroeg haar hoe het ging met de nieuwe lampjes. Ze moest er de eerste nacht om lachen, zei ze, het leek wel een vliegtuig. Inmiddels let ze er niet meer op. Ze vertelde vooral over de buurvrouw, die ook zulke schakelaars wilde, en over de testknop van de rookmelder die ze samen hadden ingedrukt om te horen hoe hard het was.

De overloop is ’s nachts weer donker. Behalve als ze eruit moet.

Tags:

Gerelateerde Berichten